Inleiding
Gegrepen door technologie
Marguerite van den Berg en Marcel Ham

Op de operatietafel zal de chirurg niet zo gauw meer in uw verkeerde oog snijden. De chip onder uw huid behoedt hem of haar en u daarvoor, mocht de arts uw Elektronisch Patiënten Dossier niet hebben geopend. En als zwangere vrouw kunt u zich met echo's, vruchtwater-puncties en vlokkentests in superveilige handen van de vroedvrouw voelen. Als kind vervol-gens hoef je straks niet meer voor galg en rad op te groeien omdat politie en jeugdzorg je met hun databank al vanaf de wieg in de smiezen hebben. Als oudere ten slotte weet u: de ambient intelligence komt eraan. Als uw lichaam of hersenen het laten afweten, kunnen 'de muren' u op uw wenken bedienen.

Een nieuwe technologiegolf
De kracht waarmee technologie momenteel wordt ingezet om ons leven te verbeteren, is niet te missen. Dat er iets nieuws en ingrijpends aankomt, is vaker geroepen: bij de komst van de stoomtrein, de televisie en internet. En alle drie hadden ze ook een enorme impact op ons le-ven. Ook nu is er een stormachtige ontwikkeling aan de gang. Niet alleen vanwege de opmars van werkelijk nieuwe toepassingen van technologieën, maar vooral ook door de combinatie daarvan. Nano-, bio-, ICT- en cognitieve technologie convergeren naar nieuwe toepassingen. Omvangrijke databanken bijvoorbeeld met informatie over ieders genoom. Of de mobiele telefoon waarmee je ook foto's kan maken, op internetfora kunt meepraten en te vinden bent via gps. Door zulke convergenties kunnen we niet alleen steeds meer weten over individuele personen, we kunnen ook kwalitatief andere informatie vergaren. Nog even daargelaten dat samensmeltingen van technologieën tot volstrekt onverwachte toepassingen kunnen leiden. Zoals we door het ineenschuiven van telecommunicatie- en internettechnologie nu kunnen bellen via internet.

Voorbij fobie of euforie
Grote ontwikkelingen binnen technologie worden vaak angstig ontvangen. Deze angst voor de gevolgen van technologie en het technologiseren van de samenleving hebben veel beschou-wingen van cultuurfilosofen beheerst. Jacques Ellul schreef in 1964 bijvoorbeeld zijn be-roemde en onheilspellende boek La technique ou l'enjeu du siècle (The technological society). Hij stelde dat de invloed van machines veel verder gaat dan velen denken: ze beïnvloeden volgens Ellul al ons denken en doen. We streven alleen nog naar efficiëntie, voeren onze ta-ken volledig gestandaardiseerd uit en technologische middelen zijn doelen op zich geworden. Geen vrolijk beeld voorspelde hij ook van het jaar 2000. Voortgaande technologisering en de komst van 'thinking machines' zouden mensen steeds verder ontmenselijken.
Tegelijkertijd is veel technologie ook juichend ontvangen. De eerste internetgoeroe's voor-spelden forse democratisering en een wereld waarin verhoudingen veel gelijker zouden zijn. Popfenomeen Prince bijvoorbeeld was een van de eersten die zijn muziek (deels) uitsluitend nog op internet uitbracht en fans verleidde tot lidmaatschap van een internetgemeenschap waarmee zij toegang hadden tot concerten en speciale opnamen. Hij ging daarmee voorbij aan de door hem zo gehekelde en machtige platenmaatschappijen en eenvormigheid van muzikaal aanbod en koos zijn eigen, vrijere weg. En in de Verenigde Staten liet Mitch Maddox in 2000 zijn naam veranderen in 'Dotcomguy', huurde een leegstaand huis in Texas en liet zich daarin een jaar lang opsluiten met enkel toegang tot het net. Hij bestelde meubels en eten online, versierde een vrouw in een chatroom en werkte vanuit huis. Wat een vrijheid! Deze aanvanke-lijke euforie is inmiddels behoorlijk afgezwakt. Sterker: de meest enthousiasten van toen zijn inmiddels vaak gedesillusioneerd. Prince besteedt nu vooral veel tijd aan zijn afwezigheid op het net: zijn internetpagina is uit de lucht en hij probeert zichzelf online onzichtbaar te maken.

Voorbij het privacydebat
Veel discussies over nieuwe technologie – denk aan elektronische databanken, gegevens van mobiele telefonie of irisscans – worden al snel gekaapt door historische verwijzingen en het beroep op individuele rechten van mensen. De gebruikelijke discussie over privacy verdeelt ons direct in twee groepen: de groep die vindt dat het recht op privacy koste wat kost be-schermd moet worden en de groep die vindt dat privacy secundair is aan andere belangen, zoals veiligheid.
Nu is de bedreiging van privacy beslist een belangrijk onderwerp. Maar wanneer we de discussie over technologie door privacykwesties laten overheersen, verliezen we het zicht op andere processen en belangrijke vraagstukken die nieuwe technologieën en toepassingen daarvan oproepen. Want we willen ook graag weten wat technologie doet om ons te controle-ren, te corrigeren, te disciplineren, of juist om ons te ondersteunen, vrijer en onafhankelijker te maken.

Alledaagse technologie
De meeste hedendaagse visies op technologie zijn genuanceerder dan die van de technofo-ben of de euforische goeroe's. Er is meer ruimte voor de productieve en ook mooie gevolgen van technologie, maar ook voor de beperkende kanten ervan. Bovendien kunnen we technolo-gie ook helemaal niet zomaar stoppen of sturen. In dit boek hebben de auteurs daarom zowel aandacht voor de kansen als voor de gevaren van technologie.
We hanteren daarvoor een ouderwets vergrootglas. We kijken steeds naar de toepassing van nieuwe technologieën door de ogen van een individu en vertellen wat voor invloed tech-nologie heeft op zijn of haar dagelijks leven. Dit is daarmee een persoonlijk boek. De auteurs in deze bundel onderzoeken prozaïsche aspecten. Ze stellen de vraag hoe wij technologie voe-len, welke impact het heeft. U vindt daarom geen uitgebreide uiteenzettingen van hoe de technologie nu precies werkt en welke nieuwe snufjes eraan komen. Wij stellen ons juist de vraag wat de immigrant, de verdachte, de jongere, het kind, de oudere of u als burger nu aan de technologietoepassing heeft en hoe deze wordt ervaren. Hoe worden individuen autonomer of juist kwetsbaarder van technologie? En wie controleert ons enthousiaste gebruik van tech-nologie eigenlijk nog? Doen we dat zelf, controleren de buren, controleert de markt, of con-troleert toch gewoon de overheid? We kijken naar heel uitlopende situaties zonder de preten-tie te hebben dat er één ijkpunt is waaraan we al die technologie kunnen toetsen. In het bij-zonder onderzoeken we hoe nieuwe vormen van beheersing nieuwe vormen van autonomie en onafhankelijkheid mogelijk maken, terwijl andere vormen van autonomie er juist door worden beperkt.

Autonomie en beheersing
In discussies over technologie wordt snel geconcludeerd dat onze autonomie wordt aange-tast door nieuwe beheersingssystemen. Maar autonomie is nooit totaal, ze bestaat altijd al bin-nen de grenzen van een zekere beheersing. Sterker: ze bestaat alleen maar binnen die grenzen. Zoals het spelen van een schaakspel alleen mogelijk is op een schaakbord en met inachtne-ming van zekere regels. Juist die regels maken het schaakspel mogelijk. Maar wanneer de regels veranderen, ontstaat er ook een ander spel. Hetzelfde geldt voor nieuwe technologieën: als de technologieën van beheersing veranderen, verandert ons idee van autonomie daarmee ook. Wie in plaats van door een verpleegster door een camera in de gaten wordt gehouden, ervaart een ander soort autonomie. En de opties die Bol of Amazon geven bij de aankoop van een boek of een cd openen nieuwe deuren naar nieuwe keuzes, maar we worden er ook sterk door gestuurd. In deze bundel gaat het er om te beginnen om de nieuwe verhoudingen en nieuwe vormen van beheersing en autonomie te onderzoeken.
Veel technologieën beheersen op nieuwe manieren ons leven. Na het failliet van de maak-baarheidsgedachte zoals die in de twintigste eeuw bestond, streven we nu vooral naar beheer-sing en controle van het leven met nieuwe technologieën. Ambient technology – een intelli-gente omgeving – waarmee demente ouderen worden herinnerd aan hun dagelijkse routines, maakt hen niet beter, maar wel minder gevaarlijk – voor zichzelf en voor anderen. Zo zijn ook camera's die de bewegingen van passanten op stations registreren op controle en beheersing gericht. Niet zozeer (blijvende) gedragsverandering is het doel, als wel het beheersen van si-tuaties. De Mosquito piept zo hinderlijk dat hangjongeren ergens anders gaan staan en een bepaald plein 'overlastvrij' wordt: het gedrag van de jongeren is niet veranderd, ze vertonen het gedrag alleen ergens anders. En misschien komt het in de toekomst wel steeds minder tot rechtszaken omdat criminaliteit steeds meer zal worden beheerst en voorkomen. Via ‘profi-ling’ en ‘datamining’ (het ontdekken van patronen in data) worden gegevens van individuen gecombineerd en door nieuwe toepassingen van biologische kennis kan het gedrag van groe-pen steeds beter worden voorspeld. Nikolas Rose (2007) spreekt in dit verband van een new biology of control. We ‘weten’ steeds beter welke groepen risicovol zijn en kunnen die kennis combineren met medische kennis over hoe ze te beheersen. Fantastisch: een wereld waarin het mogelijk lijkt alles te voorkomen. Maar je zal maar een verkeerd profiel hebben.

Controle en sturing
De normen die ten grondslag liggen aan deze beheersing kunnen in nieuwe technologieën vaak al worden ingebouwd. De technologie zelf normeert dan, niet alleen de gebruiker ervan. Een kopie maken van een cd kunt u door de ingebouwde beveiligingen vergeten, ook al zegt de auteurswet nog zo duidelijk dat dit voor uw eigen gebruik is toegestaan. En een film op-nemen van de televisie is met de nieuwe UPC harddiskboxen voor digitale televisie ook niet meer mogelijk: zelf terugkijken kan wel, een kopie maken kan niet. Zo krijgt de markt op een nieuwe manier impact op ons leven. De Franse filosoof Gilles Deleuze (1995) spreekt in dit verband van de controlesamenleving. Waar de overheid de mogelijkheden om het gedrag van burgers te sturen ziet afnemen, nemen markt en marketing in een controlesamenleving die rol steeds vaker over. De supermarkt stelt met hulp van de klantenkaart een klantenprofiel samen waarmee die ons op onze wenken kan bedienen, maar natuurlijk ook onze voorkeuren kan sturen met speciale aanbiedingen. Iets soortgelijks gebeurt wanneer u op internet een boek koopt en vervolgens met e-mailtjes wordt bestookt over boeken die u wellicht ook interessant zult vinden. Deleuze zegt daarom ook: ‘Marketing is nu het instrument van sociale controle.’ We worden niet meer zozeer massaal in bedwang gehouden door onze werkomgevingen of de volkshuisvesting, maar door marktpartijen die zich bedienen van technologie.

Machtiger en onafhankelijker
In zulke voorbeelden neemt de beheersing toe en de autonomie omgekeerd evenredig af. Maar het omgekeerde kan ook. Met nieuwe technologieën word je als autonoom individu ook machtiger en onafhankelijker. Bijvoorbeeld wanneer ons met doping en nieuwe technologieën uit de sport meer beheersing over ons lichaam wordt gegund (Van Est en Dijstelbloem 2008). En op het web 2.0 levert de gebruiker zelf de inhoud van de internetpagina (Beer en Burrows 2007). Op YouTube bijvoorbeeld kan de internetgebruiker niet alleen kiezen uit oneindig veel beelden, hij of zij kan ook een eigen filmpje op internet plaatsen.
Consumenten kunnen op web 2.0 zelfs veranderen in tegenmachten en zich organiseren tot forse sociale bewegingen. De omslag in de publieke opinie over de Irak-oorlog in de Verenig-de Staten had veel te maken met filmpjes van verschrikkingen die Amerikaanse soldaten zelf op internet plaatsten. Zo werd de traditionele macht van de journalist en de overheid omzeild. Het is ook niet voor niets dat Time Magazine in 2006 'You' uitriep tot 'person of the year': 'In 2006, the World Wide Web became a tool for bringing together the small contributions of millions of people and making them matter' (Grossman 2006). Een voorbeeld van machtiger wordende mensen is het verhaal in dit boek over de Hollaback-beweging tegen intimiderende mannen in de publieke ruimte.
Zelfstandiger en autonomer wordt ook de patiënt die zelf zijn of haar gezondheid kan mo-nitoren en kan ingrijpen wanneer dat nodig is. Wie kijkt er niet op internet om een doktersbe-zoek voor te bereiden? Met nieuw verworven autonomie worden oude machtsverhoudingen doorbroken en zijn we niet meer zo afhankelijk van de machtige dokter. Ouderen worden met de genoemde ambient technology ook veel zelfstandiger, want ze zijn minder afhankelijk van echtgenoot en kinderen. Een ledlamp die feller gaat branden zodra je met een boek aan tafel gaat zitten, een robotkat die op verzoek niet alleen de stereo uitzet maar je ook herinnert aan je afspraken – wie lijkt dat niet wat?
Technologie verkleint en vergroot dus autonomie, en verandert dat begrip. Wanneer we de wet volgen omdat de technologie ons daartoe dwingt, zoals bij elektronische detectiepoortjes of sprekende camera’s, maken we dan een vrije keuze om het juiste te doen? In de klassieke zin handelen we dan niet als autonoom individu (zie ook Vedder 2008). Onze keuze wordt immers afgedwongen. Maar hoe ervaren we dat nu? Wat betekent het dat we zelf ‘onderdeel van de controlerende technologie’ worden, zoals Willem Schinkel in zijn bijdrage in dit boek het uitdrukt?

Ten koste van de ander
Technologie kan leiden tot standaardisering van normen. Toegang die wordt gecontroleerd met pasjes en passwords maakt het moeilijker om af te wijken van de norm en vrije eigen keuzes te maken. Gestandaardiseerde formulieren van de Belastingdienst doen dat evenzeer. Standaardiserende technologie behandelt mensen uniformer en dus ook gelijkwaardiger. Maar maakt het ook moeilijker om fouten te corrigeren en in opstand te komen: als 'het systeem' iets zegt, is het waar.
Steeds pregnanter wordt technologie ook ingezet om onderscheid te maken tussen groepen. Technologie sluit in en sluit uit. Het categoriseren van hele groepen, zoals met kinddossiers, brengt bepaalde groepen kinderen in een speciale positie; ze worden apart benaderd en krijgen specifiek beleid. In zulke situaties wordt de vrijheid van sommigen verkozen boven die van anderen. Om kinderen in gevaar te beschermen, worden andere kinderen 'preventief' ook maar opgenomen in de verwijsindex en kinddossiers, met alle mogelijke gevolgen van dien. En de professional in de jeugdzorg heeft steeds minder invloed op zijn of haar eigen handelen: het systeem geeft immers aan welk kind gevaar loopt en geholpen moet worden.
Omdat EU-inwoners samen willen leven zonder te veel 'ongewenste migranten', wordt de autonomie van de Noord-Afrikaan stevig beknot. Dennis Broeders laat in zijn bijdrage aan dit boek zien hoe door de vergaande technologisering van toelating de persoon van de immigrant er steeds minder toe is gaan doen in de Europese praktijk: alleen een irisscan of vingerafdruk is genoeg voor het 'systeem'. En Marc Schuilenburg schetst hoe technologie ruimte verdeelt in ruimten die toegankelijk zijn voor specifieke groepen en gesloten zijn voor anderen. En dat kan ook heel aangenaam zijn, wanneer je extra kunt betalen zodat het wachten voor een mu-seumbezoek wordt bekort.

Wie gaat erover?
Veel van de convergerende technologieën die we hier noemen, komen binnen handbereik van consumenten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de total body scan, waarmee u zich voor 1195 euro compleet kunt laten doorlichten, fiscaal aftrekbaar en inclusief gratis lifestyle consult. Minder bereikbaar is het laten klonen van je lievelingshond, maar ook dat is sinds de zomer van 2008 niet meer onvoorstelbaar. Voor de Amerikaanse Bernann McKinney werd het wer-kelijkheid toen zij 50.000 dollar neertelde voor een nest puppy’s dat een Koreaans bedrijf had gekloond uit het oor van haar overleden pitbull Booger. Consumenten kunnen zelf kiezen voor technologie en de markt vindt de consument. In plaats van de wetenschap sturen de markt en de consument zo de technologische innovatie. Dure technologieën zoals de zorgpro-ducten van Philips’ lifestyle technologies zijn (nog) niet te verzekeren, laat staan dat de over-heid betaalt. Maar de goed bemiddelde consument vindt het idee om de gevolgen van demen-tie te beheersen aantrekkelijk genoeg om het bedrag zelf te sparen.
Mensen en organisaties die met technologie het heft in eigen hand nemen, roepen de vraag op wie er eigenlijk over nieuwe toepassingen van technologie gaat en wie dat vervolgens con-troleert. Immers: als buurtbewoners passanten op hun plein kunnen controleren met camera-beelden op hun computer, wat kunnen zij dan met deze informatie doen? Corien Prins laat in haar bijdrage over de digitalisering in de jeugdzorg zien dat de decentralisatie van de Elektro-nische Kind Dossiers ertoe leidt dat de centrale overheid nog maar weinig kan sturen. Iedere gemeente heeft eigen databanken en we weten lang niet altijd hoe het een op het ander te laten aansluiten. Ramon Spaaij beschrijft in dit boek hoe voetbalsupporters met verschillende reac-ties proberen om ruimte terug te veroveren op de getechnologiseerde macht.

In de greep van de technologie
Dit boek laat zien hoe we in de greep raken van de technologie. Enerzijds zijn we over-tuigd van het nut van het maken van Elektronische Kind Dossiers – ook al is de vraag of er voldoende hulpverlening is om alle geregistreerde kinderen te helpen, zoals de bijdrage van Piet-Hein Peeters laat zien. Anderzijds zijn we ook in de ban van de technologie wanneer we verlangen dat we minder ziek worden, er mooier uitzien en langer kunnen leven, zoals de voorstanders van human enhancement waar Huub Dijstelbloem over schrijft. We willen dan dat technologie nieuwe mogelijkheden schept, dat internet onze samenleving democratiseert en dat wachten niet meer nodig is. Of we zoeken in online games een betoverde fantasiewe-reld van onbeperkte vrijheden, maar die volgens Stef Aupers' hoofdstuk ook zware verplich-tingen meebrengt.
Jelle van der Meer laat in zijn journalistieke verkenning ontwerpers van technologie aan het woord komen over hun bedoelingen. Een authentieke behoefte om gebruikers te dienen, spreekt daaruit.
De titel van dit boek verwijst dus ook naar een belofte. Dat we onze samenleving kunnen behoeden voor crimineel gedrag van jongeren, geweld of illegale migratie. En als het dan toch uit de hand loopt, hopen we onze criminele medeburgers met hulp van DNA honderd procent zeker te veroordelen. Met overigens onvoorziene gevolgen voor ons rechtssysteem, zoals Geert-Jan Knoops in zijn historische beschrijving van DNA-gebruik in de rechtszaal laat zien. De belofte zit ook in ons geloof dat technologie het zwangere lichaam, dat Liesbeth Noorde-graaf-Eelens onder de loep neemt, kan behoeden voor te vroege geboortes en aangeboren ziekten.

Opzet van dit boek
In dit boek beschrijven de auteurs door de ogen van verschillende individuen hoe zij in de greep komen van technologie (deel I), ervan in de ban zijn (deel II) of juist uit die greep blij-ven (deel III).

In deel I – 'In de greep van de technologie' – gaat het in hoofdstuk 1 bij Corien Prins over de digitalisering van de jeugdzorg vanuit het perspectief van achtereenvolgens de landelijk be-stuurder, de hulpverlener en de jongere zelf. De daaropvolgende journalistieke verkenning van Piet-Hein Peeters voegt daar nog de invalshoek van wetenschappers aan toe. In hoofdstuk 2 gaat het Geert-Jan Knoops om de verdachte en de rol van DNA in het strafrecht. Van daar-uit zwenkt het perspectief achtereenvolgens van de illegale immigrant (hoofdstuk 3, Dennis Broeders), naar de voetbalsupporter (hoofdstuk 4, Ramon Spaaij) en de zwangere vrouw (hoofdstuk 5, Liesbeth Noordegraaf-Eelens). Anton Vedder beschouwt in hoofdstuk 6 enkele 'paradoxale effecten' van zeer nieuwe technologieën, met een schuin oog gericht op de profi-terende oudere. Daarna hoort Jelle van der Meer in een journalistiek verhaal de ontwerpers van technologieën uit.
In twee hoofdstukken met filosofische en sociologische reflectie is de bril achtereenvol-gens die van de doorsneeburger die zichzelf controleert (hoofdstuk 7, Willem Schinkel) en wordt geconfronteerd met een nieuwe indeling van de ruimte (hoofdstuk 8, Marc Schuilen-burg).

In deel II van dit boek – 'In de ban van de technologie' – richt Huub Dijstelbloem in hoofd-stuk 9 het vergrootglas op de aanhangers van de 'mensverbetering', en doet Stef Aupers dat daarna in hoofdstuk 10 met de online gamer. Marguerite van den Berg (hoofdstuk 11) kijkt naar vrouwen die zich verzetten tegen opdringerige mannen.

In deel III – 'Uit de greep van de technologie' – gaat het ten slotte om de 'nee-zeggers', de weigeraars of dissidenten. Bibi van den Berg (hoofdstuk 12) brengt hun motieven in kaart – variërend van teleurgestelde verwachtingen tot zich niet kunnen verenigen met de ‘scripts’ die in technologische producten zijn opgeslagen door hun ontwerpers. Dat je daarvoor geen tech-nofoob hoeft te zijn, blijkt uit het verhaal van Tjerk Gualthérie van Weezel (de laatste journa-listieke verkenning), waarin een whizzkid figureert die zichzelf onzichtbaar probeert te maken in cyberspace.

Literatuur

Beer, David en Roger Burrows, Sociology and, of and in Web 2.0: Some Initial Considera-tions. Sociological Research Online, 12 (5), 2007.
Deleuze, G., Postscript on Control Societies. Negotiations: 1972-1990. New York: Univer-sity of Columbia Press, p. 177-182, 1995.
Ellul, Jacques, The Technological Society. New York: Vintage Books, 1964.

Est, Rinie van, en Huub Dijstelbloem, Het glazen lichaam. Gegrepen door informatie. Den Haag: Rathenau Instituut, 2008.

Grossman, Lev, Time's Person of the Year: You. Time Magazine, 13 december 2006.

Rose, Nikolas, The Politics of Life Itself. Biomedicine, Power and Subjectivity in the Twenty-first Century. New Jersey: Princeton University Press, 2007.

Vedder, A., Convergerende technologieën, verschuivende verantwoordelijkheden. Justitiële Verkenningen, 34 (1), p. 54-66, 2008.